De lang vergeten correspondentie tussen Filips de Goede, hertog van Bourgondië en graaf van Vlaanderen, en het schepencollege van Brugge zijn na meer dan 500 jaar eindelijk vrijgegeven.

De brieven bieden een uniek inzicht in de relatie van de onpopulaire hertog en de rijke Vlaamse steden. De brieven zijn tevens ook de aanleiding tot de mislukte Brugse opstand tegen de Boergondiërs in 1449.

"Mag ick nog eenen keer vraegen om dertig zilveren munten? Ick heb wederkeer verloren met mijnen duyven. Uren heb ick staen roekoe-en, maer mynen duyven zyn niet weder gekeerd."

Zo schrijft de hertog van Bourgondië, Filips in Goede in maart 1447 aan de vertegenwoordigers van de stad Brugge. Na lang aandringen willigt schepencollege de wens van onfortuinlijke hertog in. Een maand later schrijft Filips echter opnieuw een zwaarwichtige brief aan het college.

"Ben ick toch wel weder mijnen portefeuille kwyt geraekt zeker? Dat kan ieder overkomen. Mag ick vraegen om zeeventig gouden munten weder te sturen naar mijnen schoonbroeder in de Bourgogne, onder naem van Villa Papillon?"

en een week daarna opnieuw een brief:

"Met mynen koets tegen enen Hollander gereeden onderweg naer enen wijndegustatie, zestig gouden munten noodig tegen maendag. Schrijft mij weder asap."

Trop is teveel

Tegen 1448 had het Brugse schepencollege al meer dan 500 gouden munten (huidige waarde ongeveer 300.000 euro) geleend aan haar graaf en hertog, dit kon niet blijven duren. Unaniem besloot men in Brugge om de hertog droog te zetten, maar toch bleef Filips proberen. Ditmaal richtte hij zijn smeekbedes aan de lokale bevolking.

Het nooit afbetaalde portret van de hertog
"Ik heb uwen nonkel nog gekend van te pieken ende bakken in den Vetten Os. Kunt gy my sestig zilveren dukaten lenen om myne schulden aan het Poatersgat af te lossen?"

En de hertog hield niet op. Een inwoner van Sint-Gillis, Eduoard Annys, kreeg het volgende toegestuurd van de hertog:

"Verdomme toch, hang ik er toch wel weer aen zeker? drie keeren verloren in't manillen gisteraevond. Kunt gy de kosten voor de pannekoucken dekken?"

De vergeten opstand van 1449

Dit was de druppel voor de Bruggelingen. Op 11 juli van maart 1449 tekenden de vertegenwoordigers van de stad, het Vrije en de ambachten een akkoord om een incassobureau op de hertog af te sturen en de schulden terug te eisen. De hertog viel uit de lucht.

"Schulden? Welke schulden? Ick spreek geen Vlaems. Ah, godverdomme zei ick dat in het Vlaems? Dat moet een vergissing geweest zyn. Comprend pas bonjour."

Na het antwoord van de hertog werden de poorten gesloten en werden de in Brugge gestationeerde soldaten van het Boergondisch legioen één voor één van het trapje in de Wollenstraat gegooid, met enkele geneusde ellebogen als gevolg. Dit bracht de stad in open oorlog met het hertogdom Boergondië. De hertog dreigde de stad plat te branden.

"Hoe durft gij tegen uw graaf en hertog in te gaen? Hebt gy dan helemaal geen eer?? Ick zweer, als gy niet onmiddelijk uw poorten opent, brandt ick uwen Belfort plat. Nu wy toch in contact zyn, kunt gy my ook 400 gouden stucken toesturen?"

De stad valt

Onder hevige druk van de Boergondische troepen en omdat toenmalig burgemeester Armand De fauw de Katelijnepoort had laten openstaan, is de stad uiteindelijk gevallen en dat zullen de Bruggelingen geweten hebben. Toch was de hertog mild:

"Kyk, dat kan gebeuren. Gow, laeten we het verleden achter ons laten en eens goed gaen eten in den Duc De Bourgogne. Kunt gy voorschieten want ick ben toch wel mynen portefeuille weder kwyt zeker?"